Op de (eerste) tee: 10 do’s en don’ts
Elke ronde begint met het eerste teeshot: je eerste slag vanaf de afslagplaats. In aanloop naar een nieuw golfseizoen zetten we 10 do’s en don’ts op de tee nog even op een rijtje.
Als het goed is, hebben je broekzakken vanaf de start van de ronde altijd dezelfde inhoud: tees, marker, pitchfork. Eventueel een potloodje om je score op de scorekaart te schrijven. Een of twee golfballen waar je een merktekentje op hebt getekend, zodat je de bal straks makkelijk herkent. En in je tas uiteraard maximaal 14 stokken. Nu kun je afslaan. Maar eerst even dit.
1
Afslagplaats, teebox of tee?
Golfers hebben het over de afslagplaats, de teebox of kort: de tee. Maar de tee is niet alleen de afslagplaats, het is ook dat houten of plastic stokje waar je je bal op legt (‘op-teet’). Kortom, verwarrend. Maar het is niet anders: met de afslagplaats, teebox of tee bedoelen we hetzelfde: de rechthoekige strook aan het begin van de hole, waarop twee kleine (vaak gekleurde) voorwerpen staan. Daarbinnen – niet ervóór en ook niet ernaast – tee je je bal op en ga je slaan.
2
Gekleurde teemarkers
Die twee kleine, vaak gekleurde voorwerpen op de afslagplaats zijn oranje, rood, geel, wit of zwart van kleur. In die volgorde ook, gezien vanaf de vlag. Dus zwarte teemarkers (en als die er niet zijn, dan de witte) staan op de afslagplaats die het verst van de vlag staan. En de oranje teemarkers vind je op de afslagplaats die het dichtst bij de vlag staan. Speel je dus vanaf oranje, dan is de hole het kortst.
3
Op tijd
Speel je een officiële wedstrijd, dan hoor je een paar minuten (bijvoorbeeld 10) voor je afslagtijd bij de tee (teebox, afslagplaats) te staan. Dit is overigens geen officiële regel, maar het staat bijvoorbeeld in het wedstrijdreglement. En voor de rest is het trouwens gewoon netjes om op tijd aanwezig te zijn.
4
Oefenswing
Maak liever geen oefenswing op de teebox, maar doe het ernaast. Wel moet je uitkijken dat er niemand voor of achter je staat, of dichtbij. En dat, mocht je een plag of iets anders hards, zanderigs of modderigs uit de grond slaan, dat je niemand daarmee raakt. Dus: niet in de richting van iemand een oefenswing maken.
5
Ssssst..!
Weet jij waar je moet gaan staan als je medespeler gaat slaan? Je kunt bij je tas blijven staan, maar het is wel zo netjes om naar de bal van je medespeler te kijken, als deze heeft geslagen. Mocht het een afzwaaier zijn, dan weet je straks beter waar je moet zoeken.
Liever sta je dus op de afslagplaats – aan de rechterzijkant, tegenover degene die moet slaan. In elk geval veilig en niet in de ooghoek van de speler, want dat leidt af. Uiteraard is je telefoon uit, houd je je mond en beweeg je niet.
.

6
Even wachten
Is er een groep vóór je? Wacht tot ze ruim buiten je bereik zijn. Denk niet te snel: “dat haal ik toch niet”. Onderschat jezelf niet, je weet het nooit! Bij een par-3 wacht je uiteraard tot ze van de green af zijn. Bij een par-4 sla je af zodra je in de buurt van de green zijn. Bij een par-5 wacht je tot iedereen uit de groep voor je de tweede slag heeft geslagen en halverwege onderweg naar hun tweede schot zijn.
Kan je de spelers voor je niet zien, omdat de hole heuvelachtig is? Soms heeft de baan op die hole een bel. Je moet dan wachten met slaan tot je de bel hoort klingelen. Kijk aan het begin van de ronde bij de Local Rules of er ergens een bel is. Of vraag het aan de caddiemaster.
7
Pas op de greenkeepers
Zijn er greenkeepers aan het werk op de hole waar je speelt? Die hebben altijd voorrang! Je mag pas slaan als je van hen een seintje krijgt.
8
Volgorde van afslaan
Degene die op de voorgaande hole de beste score had, “heeft de eer”: dat betekent dat diegene als eerste mag afslaan. Maar tegenwoordig spelen we ready golf: je mag slaan zodra je zover bent. En verder: als je met mannen speelt, dan slaan zij altijd als eerste af, omdat ze meestal vanaf een andere (verdere) tee spelen dan jij. Tenzij je afspreekt dat jullie allemaal vanaf dezelfde kleur tee spelen.
9
Waar tee je op?
Je teet je bal binnen de gekleurde teemarkers op, niet dichter naar de hole toe. Naar achteren (verder van de hole af) mag, maximaal 2 stoklengten ver. Daar mag je je driver voor gebruiken om het uit te meten. Wat ook mag: je bal binnen de gekleurde teemarkers opteeën, en zelf met je voeten erbuiten je stand innemen. Zolang je bal er maar binnen ligt.
10
Zonder straf je bal bewegen
De afslagplaats is de enige plek in de baan waar je, als je je bal per ongeluk beweegt en van de tee stoot, vrijuit gaat. Zonder strafslag dus. Laat je ergens anders in de baan je bal bewegen en van z’n plek rollen – ook al is het per ongeluk – dan krijg je daar een strafslag voor (je moet het dus als slag tellen). Maar niet op de tee. Stel dus dat je bij het adresseren je driver wat heen en weer wiebelt en je raakt per ongeluk je bal, dan volgt er geen strafslag. Het telt dus niet als slag. Tenzij je op dat moment de intentie had om de bal te slaan, dan telt het weer wel als slag.