Je werk is een spel – en je kunt meedoen om te winnen
Meedoen belangrijker dan winnen? Ja, dat kan. Maar je kunt ook meedoen om te winnen. Golf, werk, het is allemaal een spel. Een spel dat je kunt winnen.
In een aantal opzichten lijken golf en werk op elkaar. Er zijn regels, grenzen, winnaars en verliezers. Veel mensen – vooral vrouwen hebben daar ‘last’ van – benaderen hun werk echter meer als een golfevenement: een gezellige bijeenkomst waarbij iedereen samenkomt om fijn samen te spelen.

Daar is natuurlijk niks mis mee. Maar zodra je er in je werk of ontwikkeling wel hinder van ondervindt, dan is dit blijkbaar geen goede strategie.
In ons streven om met iedereen rekening te houden en aardig gevonden te worden, proberen we vaak win-winsituaties te creëren. Soms lukt dit, maar vaker schep je daarmee juist vaak win-verliessituaties, waarbij jij vaak de verliezer bent: Je collega krijgt de leuke, uitdagende klussen (en jij niet), je collega gaat een schaaltje omhoog (en jij niet), je leidinggevende ziet jou hardnekkig over het hoofd, (ondanks dat je goed werk levert). Enzovoorts.
Werk is net een spel, en als je het spel meespeelt, dan betekent dat competitie. En dat houdt in dat je rekening houdt met de (ongeschreven) spelregels, en dat je strategieën ontwikkelt die voor jou werken, met als uiteindelijke doel: winnen.
Het spel spelen om te winnen klinkt veel eenvoudiger dan het is. Werk is een spel, maar de regels verschillen van organisatie tot organisatie en van afdeling tot afdeling. Een bepaalde stijl kan bij een organisatie werken, maar hoeft niet per se bij de andere ook te werken. Je moet aanvoelen wanneer je moet samenwerken voor het beste resultaat, en wanneer je je alleen op winnen moet richten. Dan de million dollar question: hoe dan? Daar is – uiteraard – geen simpel, eenduidig antwoord op. Maar voor wie een poging wil wagen, toch een paar tips om het spel beter te leren spelen:
- Maak een lijst van (ongeschreven) regels die gelden op jouw werk. Bijvoorbeeld over overwerk, het mailverkeer, appgroepen, aanwezigheid op kantoor, deadlines, overleggen/vergaderen, omgangsvormen, hiërarchie. Zoek daarna een mentor – iemand die je vertrouwt, die het goed doet in je bedrijf en met wie je deze regels en jouw gedrag/verwachtingen openlijk kunt bespreken. Bewustwording van (ongeschreven) regels of een bepaalde cultuur op je werk is een eerste stap om het ‘spel’ beter te begrijpen.
- Denk na over jezelf. Hoe vind je je werk gaan? Welke verstandhouding heb je met je collega’s en leidinggevende(n)? Vraag om eerlijke feedback over jou en je werk van leidinggevenden, collega’s of vrienden. Hoe vinden anderen dat jij functioneert? Wat doe je goed, waarin kun je jezelf verbeteren? Benut je al je mogelijkheden?
- Speel niet altijd op safe. Probeer niet toe te geven aan de neiging om moeilijke dingen over te slaan. Precies doen wat anderen van je verwachten is veilig, maar in plaats van veilig kun je ook slim spelen door iets meer risico te nemen, proactiever te zijn en verantwoordelijkheid te nemen. Perk jezelf niet in, maar gebruik het hele speelveld.
- Helaas waar: wees je ervan bewust dat grenzen en strategieën – eigenlijk: het speelveld – niet voor iedereen hetzelfde zijn. Mannen en vrouwen kunnen iets op precies dezelfde manier zeggen en toch als respectievelijk ‘assertief’ en ‘een kreng’ worden gezien. Niet eerlijk, maar jammergenoeg wel de realiteit. Laat je je er echter niet door weerhouden.
- Bestudeer de ‘winnaars’ in jouw werk een poosje. Kijk wat zij doen, hoe zij handelen, hoe zij hun speelveld gebruiken. Wie weet kun je een paar gewoonten van hen overnemen.
- Wacht niet tot je wordt opgemerkt. Met alleen maar hard werken kom je er niet. Als je iets wil, vraag er om. Of laat weten en zien dat je iets wil. Hoe meer je erover praat, hoe groter de kans dat zich een nieuwe mogelijkheid voordoet.
Meer advies? Lois P. Frankel: Nice girls don’t get the corner office
