Ik wil een lekkere bal
Ze zien er op het eerste gezicht allemaal hetzelfde uit. Waarom maakt het dan uit met wat voor golfbal je speelt?
Voor de gevorderden onder ons is dit vloeken in de kerk, maar ik kom er toch maar eerlijk voor uit: tot voor kort maalde ik er niet om met wat voor soort bal ik speelde. Topflite? Prima. Pinnacle? Ook goed. De enige grens die ik trok, was bij a) ballen in knalroze of knalgeel (dat leidt me af) en b) floaters (die bewaar ik voor mijn hond). Ik vond het ook altijd wel een dingetje om vijf euro voor een bal uit te geven – je zal altijd zien dat je precies die ene dure bal weg slaat. Bovendien: die goedkope, harde stuiterballen hóór je ook zo lekker van je clubblad afketsen. Ták.
Het roer om
Maar goed. Tijdens een golfreisje afgelopen najaar keek een reisgenoot mij vol ongeloof aan, toen ze tot de ontdekking kwam dat ik geen enkele ‘ProV1’ in mijn tas had zitten. En toen mijn golfpro zich er tijdens een baanles ook over beklaagde – waar sla jíj nou mee? – besloot ik het roer om te gooien. Want, zo zei hij, het zou ook zomaar een, twee, drie of meer slagen per ronde kunnen schelen: een ‘goede’ bal geeft je namelijk zoveel meer gevoel op en rondom de green – en laat dat nou precies het spelonderdeel zijn waar ik – en met mij, de meeste golfers – de meeste slagen verspillen.
Vijf tips
Maar wat is precies ‘goed’? En hoe weet je welke bal het beste bij je past? Vijf tips voor als je een lekkere bal zoekt.
1. Aan de prijs van een nieuwe golfbal kun je al afleiden wat voor vlees je in de kuip hebt. Voor golfballen geldt: hoe duurder, hoe beter.
2. Qua lengte vanaf de tee maakt het eigenlijk niet veel uit of je een goedkope of dure bal slaat. Het verschil is bijna verwaarloosbaar; hooguit een paar meter. Daar hoef je het dus niet voor te doen. Maar…
3. … Het echte verschil maak je in je korte spel. Golfballen zijn opgebouwd uit een, twee, drie of soms zelfs vier of vijf lagen. Een bal die is opgebouwd uit meer dan twee lagen – de ‘goede’, duurdere bal – krijg je beter onder controle dan een goedkopere bal die uit een of twee lagen is opgebouwd. Dat komt door de hoeveelheid ‘spin’: een premium bal genereert meer spin dan een goedkope bal. Probeer daarom eens wat 1- of 2-piece ballen (een of tweelaags) en een aantal 3-piece ballen (drielaags) op en in de buurt van de green uit. Bij het pitchen, chippen en putten merk je het verschil.

4. Als je nu denkt: allemaal leuk en aardig, zo’n premium bal, maar daar heb ik toch niks aan als ik nog niet zo goed kan golfen? Toch wel. Niet per se in lengte vanaf de tee. Maar het is wel zo fijn dat – als je (eindelijk) de green hebt weten te bereiken – die bal snel blijft liggen en niet nog een paar keer doorstuitert. Bovendien is het ook voor minder ervaren golfers makkelijker om consistent te leren chippen en putten als je een goede bal gebruikt.
5. Tot slot: of je nu de voorkeur hebt voor een goedkope, of toch liever een dure premium bal – het belangrijkste is dat je zoveel mogelijk met hetzelfde type bal speelt. Alleen zo leer je je bal het beste ‘kennen’ en weet je hoe hij zich op en rondom de green ‘gedraagt’.
