Vaarwel drieputts!
Hoe kom je het snelst van die vermaledijde drieputts af? 6 Tips voor nooit-meer-een-drieputt. ‘Iedereen kan het. En je hoeft er niet eens een fantastische putter voor te zijn.’
De green en de lijn goed lezen staat voor de meeste spelers op 1. Je moet immers altijd goed opgelijnd staan, toch? Dat is bovendien wat je voornamelijk op tv ziet: spelers die gehurkt achter hun bal zorgvuldig naar de lijn turen. Toch is niet alleen die lijn, maar het juist inschatten van de snelheid waarmee je de bal naar de hole laat rollen, minstens zo belangrijk. Volgens golfpro Mette Hageman is snelheid zelfs belangrijker dan de juiste lijn. ‘Het begint met een goede techniek, maar je gevoel voor de juiste snelheid is dé manier om voorgoed van drieputts af te komen. En daar hoef je niet eens een fantastische putter voor te zijn.’
‘Als je op de green bent, dan is je doel uiteraard om die bal zo snel mogelijk in de hole te krijgen. In een keer uitholen gebeurt in de praktijk niet zo vaak, tenzij je mazzel hebt, of als het een heel korte putt is. Meestal lig je echter wat verder van de hole af en is het ‘t best en meest realistisch dat je in de buurt van de hole uitkomt, zodat je nog een heel makkelijk puttje overhoudt. In dat geval hoef je dus niet per se de perfecte lijn te kiezen, maar vooral je intuïtie, je gevoel, te gebruiken zodat de bal met de juiste snelheid dicht bij de hole uitkomt.’

Spreek dus dat gevoel in jou aan en zet je sensoren open. Hoe? Zes tips.
1. Een green moet je ‘proeven’: idealiter speel je een oefenronde en dan voel je met je handen hoe de structuur is en vleug (de groeirichting van het gras) van de green.
2. Ga eens knikkeren: met een onderhandse beweging laat je de bal vanuit je hand naar de hole rollen. (De bal moet echt rollen, zonder boogje.) Dit is een goede manier om de snelheid te voelen. De beweging die je met je hand maakt, is dezelfde beweging als die je straks met je putter maakt.
3. Train je intuïtie door tijdens een lange putt alleen naar de hole te kijken, en niet naar de bal.
4. Pas bij elke putt de drie-secondenregel toe: nadat je de lijn hebt bekeken, ga je boven je bal staan en putt binnen drie seconden. De oefenstroke laat je achterwege. Op deze manier geef je jezelf geen tijd om na te denken en putt je puur vanuit je gevoel.
5. De middellange putts vanaf tweeëneenhalf of drie meter kun je oefenen, maar besef dat de pro’s op het hoogste niveau dit soort putts lang niet altijd maken. Statistisch gezien is daarom de kans dat jij deze putts wel altijd maakt, vrij klein. Heb je een putt van drie meter, wees realistisch en niet te streng voor jezelf als je ‘m mist.
6. Snelheid is king. Een drieputt komt in het merendeel van de gevallen voort uit een lange putt die je niet dichtbij genoeg weet te putten. Nogmaals: de juiste richting en lijn kiezen is belangrijk, maar nog veel belangrijker bij lange putts is je gevoel voor de snelheid. Heb je namelijk de lijn niet helemaal goed, maar de snelheid wel, dan is het ergste wat kan gebeuren dat de bal vlak naast of voor de hole tot stilstand komt. Een easy tap-in is dan het enige wat je nog hoeft te doen.