Onzinnige doelen in 2021, zoals winnen?
Wil jij 2020 ook zo snel mogelijk achter je laten en barst je ook van de goede voornemens voor 2021? Doelen nastreven is goed, maar kijk uit voor onzinnige doelen. Zoals winnen.
Wat voor golfdoelen stel jij je voor het nieuwe jaar? Een lagere handicap misschien – zeker nu je in januari wellicht (flink) omhoog zult gaan na de invoering van het nieuwe handicapsysteem? Je bent niet de enige. Bijna elke golfer wenst een lagere handicap. Ook ik – al zal een stevige correctie in het nieuwe jaar geen kwaad kunnen. Na een eenmalige monsterscore op een zomerse dag in 2019 ga ik namelijk gebukt onder de druk van een te lage handicap.
Maar op mijn verlanglijstje staan ook andere dingen: constantere drives, meer afstand met m’n ijzers, scherpere approaches, secuurder chippen, beter putten, minder putts maken, meer up&downs maken, het geheim van het bunkershot ontrafelen, beter worden in rescue slagen. Vaker spelen, nu echt meer oefenen, regelmatig een lesje nemen, niet laf zijn en meedoen met de clubkampioenschappen, niet degraderen met m’n competitieteam, ja zelfs winnen en kampioen worden met m’n competitieteam. En vooruit, ik geef het toe: de swing van Anne van Dam. Zal ik verder gaan?
Doelen stellen doen we allemaal en het is ook goed om te doen: het stimuleert, je hebt iets om naar toe te werken, om ergens voor te trainen. Maar je moet wel onderscheid maken in soorten doelen, zegt Nico van Yperen, hoogleraar Sportpsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Jezelf de swing van een van de beste spelers ter wereld toewensen – het is een prachtig droomdoel, maar niet heel reëel natuurlijk. Maar zelfs ‘winnen’ – een doel dat we serieus allemaal wel een keer stellen – is eigenlijk onzinnig. Iedereen wil namelijk winnen, en in een veld van 80 spelers kan er maar een de winnaar zijn, wat zou betekenen dat er 79 golfers gefrustreerd achterblijven. Het lastige van zo’n resultaatdoel is dat je de uitkomst niet in de hand hebt. Om te winnen ben je, in matchplay, in belangrijke mate afhankelijk van je tegenstander. En in strokeplay kun je nog zo lekker spelen, maar je blijft afhankelijk van wat de andere spelers in het veld doen. Voor beide gevallen geldt: je hebt er geen controle over.’

Beter is het daarom om je niet op het resultaat te richten, maar op datgene wat je onderweg moet doen om het winnen mogelijk te maken, stelt Nico. ‘Hoe optimaliseer je je kansen? Staar je niet blind op iets waar je geen controle over hebt, maar stel zogenaamde prestatiedoelen die je wél in de hand hebt. Je handicap spelen, bijvoorbeeld. Je weet immers wat je moet kunnen om je eigen niveau te halen – je hebt het eerder gedaan. Een ander realistisch prestatiedoel: op geen enkele green een drieputt maken. Drie van de vijf up&downs maken.
Procesdoelen zijn ook nuttig om je op te richten, zoals het consequent uitvoeren van je pre-shotroutine, of je bewust zijn van je houding tussen de slagen door: blijf niet hangen in je boosheid over die ene slechte bal van daarnet, maar concentreer je op de volgende slag op de manier die je hebt geoefend.
Bereik je een van deze prestatie- of procesdoelen, dan kun je sowieso tevreden zijn, los van het resultaat van de wedstrijd.’
