Gezondisme
Een graatmagere dame en ik zijn allebei te vroeg op onze afspraak en kijken wat onhandig naar buiten of er al anderen naar onze ingang komen. We werken de komende dagen samen aan hetzelfde project en dus is een praatje over koetjes en kalfjes een redelijk begin. En wel zo vriendelijk bovendien.
Ze ‘doet’ geen koffie
Als ik mijn koffie en zij haar thee op het tafeltje tussen ons in heb gezet lijkt dát voor haar het startsein voor haar betoog. Nee, ze ‘doet’ geen koffie meer. “Nooit meer. Zó slecht voor een mens.” Het lijkt op een aanval. Op mij? Op mijn kopje? Ze trekt een gezicht richting mijn zwarte goud waar ik walging en afkeuring tegelijk in lees.
Het komt voor mij als een verrassing en ik reageer door mijn cafeïne-drang wat kleiner te maken. Net als rokers dat ook goed vaak doen.
Ik zeg dat ik er ’s-ochtends eentje neem om op te starten en dan ’s-avonds een decafeetje voor de smaak. Zoiets. Het lijkt alsof ik die andere gewoonte-bakkies expres vergeet aan haar op te biechten. Ik merk ook dat ik mijn koffie-gedrag aan het verdedigen ben, maar niet al te overtuigend.

Ruikt bloed
Want ze ruikt bloed en schakelt door. Ongevraagd brengt ze het onderwerp op hoe slecht al ons voedsel wel niet is. Hormoonvlees. Plofkippen. Gemanipuleerde groentes. Fout fruit, smakeloze kweekvis uit het vriesvak. Brood met mensenhaar en kaas gemaakt van zetmeel. En dat ze ook dáármee is gestopt.
Ze leeft clean op een voedselregime van water, bonen en rijsttypes waar ik nog nooit van gehoord heb. Dat voor deze vrouw ‘gezond’ eten zo langzamerhand de trekken van een orthodoxe religie krijgt wordt mij steeds duidelijker. Niks stopt ze zomaar in haar mond.
Voor iemand die er zo verzwakt uitziet komt er een hoop kracht uit. “Allemaal te danken aan het mango-vijgenbrood dieet” ratelt ze verder. Ze is niet te stoppen.
Het is nog niet te laat
Als een wankelde bokser smeek ik om 8 tellen rust, puur om te herstellen van zoveel informatie over het wel en wee van deze Vega-Jehova. Maar haar voedsel evangelie gaat maar door: verboden suikers, E-nummers, gluten en lactose-intoleranties, met álles beukt ze op me in. Ik vind haar eng. Haar ogen worden zwarter, holler en harder, ik moet bijna huilen van de monotone mantra’s. Het houdt maar niet op. Ze gáát maar door.
Plots wordt haar stem zachter, bijna zalvend: “Maar het is nog niet te laat.” “Je kunt nog gered worden. Lees dit boekje maar ‘ns en je zal inzien dat er een betere weg is.”
Haar gezichtsuitdrukking verandert in dat van een engel. Ik zie blijheid en gevonden rust. Ze drukt kalm maar met overtuiging een boekje in m’n handen. ‘The Road to Orthorexia’ is de titel. Ik neem het beduusd in ontvangst. Zeg niks. Het lukt me niet. Ik staar murw naar de kaft en daarna naar buiten.
Platte hand
Soms heb je de wens bevrijd te willen worden uit een gesprek. Je hoopt op een passant die je helpt om uit deze verbale nek-klem te komen. Plots zie ik iemand die de ingang zoeken.
Als een gijzelaar die in een onbewaakt ogenblik zijn kans schoon ziet spring ik tegen het raam. Met platte hand sla ik zo hard als ik kan op het dikke glas en roep met overslaande stem: “Hier, hallo hier..!! We zitten hier…!”
