Gebruik de ‘slopes’ (en drie andere fijne course management tips)
Proberen baanarchitecten het ons altijd zo moeilijk mogelijk te maken? Soms zou je denken van wel, maar het klopt niet. Gebruik het ontwerp van de hole in je voordeel – en twee andere nuttige course management tips.
1
Maak gebruik van de ‘slopes’
Golf kan soms een tikkeltje te uitdagend zijn, maar dat maakt de sport ook weer zo leuk. Vooral als je weet dat je het ontwerp van de hole ook in je voordeel kunt gebruiken. Hellingen of ‘slopes’ bijvoorbeeld die je als ‘ingebouwde bounce’ gebruikt om de bal op de juiste plek te laten eindigen – die zijn buitengewoon nuttig, bijvoorbeeld omdat je dankzij die slopes niet de volle afstand hoeft te slaan om de green te bereiken, of omdat de slope links of rechts afloopt richting de green.
2
Een hole is bijna nooit kaarsrecht
‘Midden fairway’ is meestal goed, maar soms is aan de linker- of juist rechterkant fairway nóg iets beter. Een hole is namelijk bijna nooit kaarsrecht, en een baan is vaak niet ontworpen om alleen maar rechte ballen midden fairway op te slaan. Elke hole heeft altijd een bepaalde ideale plek om je drive op te laten landen: vanaf die ligging heb je de gunstigste toegang tot de green en de vlag. In de meeste gevallen is dat niet precies in het midden, maar links of rechts van het midden.

3
Ken je afstanden (ook als je ze niet perfect raakt)
De meesten van ons weten wel hoe ver we met elke club slaan. Toch moet je deze kennis met een korreltje zout nemen, want te vaak gaan we uit van de afstand van een perfect geraakte bal. Terwijl we in de praktijk in zo’n 50 procent van de gevallen de bal niet perfect raken. Ken je afstanden, maar weet vooral hoe ver je gemiddeld met elke club slaat.