NGF President Caroline Huyskes:
‘Laten we van 9 holes een nieuwe norm maken’
Caroline Huyskes viert haar eerste ‘verjaardag’ als President van de Nederlandse Golf Federatie (NGF) – de eerste vrouwelijke voorzitter in het 105-jarig bestaan van de NGF. ‘Waarom zou je altijd 18 holes moeten spelen? 9 Holes is qua tijd toch veel makkelijker in te passen? Laten we daar voor de pleziergolfer een nieuwe norm van maken.’ 9 Vragen aan onze President.
1. Ben jij op de golfbaan een ander persoon dan in het normale leven?
‘Nee, en dat kan wel eens een valkuil zijn. Ik ben sociaal, houd van gezelligheid, ik ben geïnteresseerd in anderen en vind het dus ook leuk om met anderen te praten. Dus ook in een wedstrijd – ja, dan praat ik wel met medespelers. Maar aan de andere kant wil ik ook graag winnen, dus ik moet op de juiste momenten wel even terugschakelen. Dat lukt niet altijd trouwens. Dat is ook de reden geweest dat ik als topamateur altijd een goede tweede was: wel net genoeg talent, maar ik had zeker niet die absolute focus die nodig is om de echte top te bereiken.’
2. Waar word je heel erg blij van?
‘Oh, van zoveel dingen. Toen de eerste lockdown dit voorjaar werd opgeheven, was ik zó blij dat ik weer kon golfen. Ik heb, denk ik, nog nooit met zoveel plezier op de baan gelopen en genoten van de omgeving en de mensen. Ik ben toen opnieuw verliefd geworden op golf. Maar ik kan ook heel blij worden van dingen die niets met golf te maken hebben. Mijn drie kinderen bijvoorbeeld vinden golf best oké, maar het is nooit hun heilig vuur geweest. Ze vonden andere sporten leuker: de oudste twee hebben altijd getennist en de jongste gevoetbald. En dat is prima. Ik kan enorm genieten van samenzijn met mijn gezin, wat we ook doen.’
3. Wat zijn jouw eerste, leukste herinneringen aan golf? En wat zou je het liefst willen vergeten?
‘Sowieso denk ik met heel veel plezier terug aan de jeugdweekenden en toernooien van vroeger: een wedstrijd op zaterdag en zondag, met als hoogtepunt het feest op zaterdagavond. Verder is de allereerste maandbeker die ik speelde op mijn toenmalige club, de Eindhovensche, me altijd bijgebleven. Ik was denk ik een jaar of 12, en speelde met Bart Nolte, die op dat moment een van de beste spelers van Nederland was. Je begrijpt, ik was zó zenuwachtig, ik heb geen bal geraakt. En wat ik het liefst zou willen vergeten? Ik kan vrij goed tegen m’n verlies, dus ik heb geen specifieke gebeurtenissen die ik wil vergeten. Al zijn er wel regelmatig momenten geweest in de baan dat ik dacht – “wat doe ik hier?” Ik ben bijvoorbeeld geen goede strokeplayspeelster. Matchplay gaat me goed af, maar bij strokeplay ben ik continu in gevecht met mezelf. Nu we het er zo over hebben denk ik: ik zou daar echt eens een keer wat aan moeten doen.’
4. Wat is jouw beste en slechtste spelonderdeel?
‘Het beste ben ik in, zonder twijfel, chippen. Als kind heb ik honderden uren doorgebracht rondom de oefengreens. Met vrienden stond ik eindeloos balletjes naar de vlag te chippen vanuit de meest onmogelijke plaatsen en posities. Dat heeft gemaakt dat mijn vertrouwen in chippen heel diep zit, tot op de dag van vandaag. Mijn zwakste onderdeel is de driver. Ik sla niet zo ver als ik zou willen. Ik probeer het wel hoor, want wie wil nou niet van die verre drives kunnen slaan? Maar op de een of andere manier is de club mij steeds de baas.’
5. Zo nu en dan laait er wel eens een discussie op over kledingetiquette. Zoals nu op social media – er was blijkbaar veel verontwaardiging over hoodies. Wat vind jij daarvan?
‘Mijn zoon draagt graag hoodies en als hij gaat golfen, ja – dan draagt hij er vaak een. Ik heb daar totaal geen moeite mee. Prima als we vasthouden aan een vorm van kledingetiquette, maar we moeten ook wel meebewegen met de tijd.’
6. Zijn er dingen in golf die wat jou betreft anders mogen?
‘Jazeker. Ik wil graag meer vrouwen zien op de golfbaan. Nou zijn er op dit moment meer groepen die ondervertegenwoordigd zijn – ik noem ook even de jeugd en mensen tussen de 30 en 45 jaar, maar ik wil in het bijzonder even stilstaan bij de vrouwen. Zeker bij de dertigers en veertigers zijn vrouwen namelijk zwaar ondervertegenwoordigd. Ook is het aantal vrouwelijke golfers in deze leeftijdsgroep de laatste 10 jaar sterk afgenomen. Dat heeft mijn inziens alles te maken met de levensfase, waarin het draait om werk en gezin – al weten mannen van die leeftijd de weg naar de golfbaan vaak wel te vinden. Nu zie je daar hier en daar heel langzaam verandering in komen, maar ik vind dat dat veel sneller kan. Waarom zou je bijvoorbeeld als vereniging vasthouden aan een dinsdag-damesochtend en een vrijdag-seniorenochtend? Waarom niet de vrouwen op de woensdag- of vrijdagochtend, en de senioren mannen op de dinsdag? En waarom moet het altijd 18 holes zijn? Je kunt ook iets organiseren voor 9 holes, of voor mijn part 6. Mensen hebben bij golf veelal het beeld dat het een halve of hele dag duurt, maar dat hoeft helemaal niet. Als je het anders organiseert, dan wordt het voor vrouwen veel aantrekkelijker om te gaan golfen.’
7. Met wie zou je graag eens een ronde willen spelen?
‘The Big Easy! Ernie Els. Meervoudig Major winnaar. Hij lijkt me zeer sympathiek. En wat een mooie carrière heeft hij gehad. Die mooie swing, de rust die hij uitstraalt en het gemak waarmee hij slaat. Geweldig om naar te kijken. En hij is Zuid-Afrikaan, dat speelt ook mee. Ik heb er in 1995 en 1996 gewoond voor mijn werk, en houd van dat land. De natuur is prachtig, het klimaat is heerlijk, je kunt er fantastisch golfen en eten. Wat wil je nog meer?’
8. Wat stop je altijd in je tas?
‘Haha, ik denk dat je beter kunt vragen wat er niet in stop. M’n tas zit altijd tot de nok toe vol. En water neem ik sowieso altijd mee, ook al is het koud en regent het. Maar goed, wat ik nooit bij me heb, zijn headcovers. Ik ga rammelend de baan over. Mijn man en m’n vriendinnen begrijpen daar niks van. Maar elke keer die dingen eraf halen en weer terug erop doen: ik vind headcovers gewoon erg onhandig.’
9. Wat is jouw belangrijkste doel als president?
‘Ik heb een heleboel belangrijke doelen! In het algemeen wil ik de golfsport in Nederland gezond maken. Daar bedoel ik mee dat er voor al onze golfers, 380 duizend, ook een goede ‘match’ is met een golfbaan. Op dit moment zijn er ruim 200 golfbanen in Nederland, waarvan een aantal in zwaar weer verkeren. Je wilt niet dat die omvallen, want dan zijn er eigenlijk te weinig golfbanen voor het aantal golfers dat we hebben.
En een ander belangrijk doel, ik noemde het al eerder, meer golfende dertigers en veertigers, in het bijzonder de vrouwen. Enerzijds omdat zij ondervertegenwoordigd zijn, anderzijds omdat zij een belangrijke sleutel zijn tot de jongste generatie. Want het aantal golfende kinderen is de afgelopen tien jaar gehalveerd. Willen we meer jeugd, dan zullen we meer aandacht moeten besteden aan hun jonge ouders. Als golf voor hen toegankelijk en qua tijd makkelijker inpasbaar wordt – 9 holes wordt de nieuwe norm!- dan is de stap voor hun kinderen om ook te gaan golfen, veel logischer.’
