Van Happy Golf naar elektrisch: waarom ik eindelijk overstag ging
Eerlijk is eerlijk: de gedachte alleen al stond me tegen. Een elektrische trolley. Dat is toch voor oude mensen die niet meer zo goed ter been zijn? Voor gepensioneerden? Ik ben vijftiger, fit, en ik vind golf echt een sport. Een sport die een atletische beweging vergt. Niet bepaald een klein wandelingetje in het park.
Toch staat er nu een elektrische trolley in de gang.
Hoe dat zo gekomen is? Eerst maar even hoe het begon. In 1984. Dat was het jaar waarin mijn ouders en ik voor het eerst golfles namen, en mijn vader een golfkarretje kocht van het merk Happy Golf. Super licht, smal, twee wielen, geen fratsen. Zo simpel en toch sterk, zo maken ze die al lang niet meer. Na veertig jaar droeg ‘Happy’ nog steeds mijn tas. Piepend, zuchtend, krakend — maar hij doet het. Ik vind het bijna aandoenlijk.
Maar veertig jaar is veertig jaar, en ik begon me te oriënteren op een opvolger. Niet elektrisch natuurlijk, bedacht ik. Gewoon een nieuw karretje.
Maar wat ik vond, viel me zwaar tegen. Letterlijk. De standaard is tegenwoordig een driewieler van aanzienlijk formaat en gewicht. Elke kar die ik uitprobeerde voelde als duwen tegen een kar van de AH. Of een rollator. De vibe ‘sportieve elegantie’ voelt toch anders. En ging ik nou echt een paar honderd euro uitgeven aan een kar die veel zwaarder was dan mijn Happy?
Intussen speelden mijn vriendinnen allang elektrisch. Niet omdat ze het nodig hadden — fit zijn ze ook — maar omdat ze het gewoon prettiger vonden. Ze hadden me er nooit op aangesproken, nooit aangeraden, nooit mee lopen zeuren. Maar ik zag wel hoe ze liepen. Gewoon naast hun trolley, handen vrij, luchtig. En ik maar sjouwen, duwen en trekken.
Het argument dat golf een sport is en dat je dus gewoon moet lopen met een normale kar? Dat klopt, en dat doe je ook nog steeds. Het verschil is alleen dat je tijdens dat lopen niet meer hoeft te trekken of te duwen. De trolley loopt gewoon met je mee. Je houdt energie over voor het spel zelf, en je hebt opeens ook ruimte voor een extra trui, een regenpak, een paraplu, een extra fles water. Dingen die ik al jaren thuis liet omdat ik niet al die extra ballast wilde meezeulen.
Toen ik eenmaal besloten had dat het elektrisch mocht zijn, heb ik mezelf iets gegund. Het is tenslotte voor het eerst sinds 1984 dat ik een nieuw golfkarretje koop. Een Jucad voelde als een stap te ver — prachtig hoor zijn ze, maar ook prachtig duur en ergens is er een grens. Dus ik kocht het voordeligere zusje. Ze is sierlijk, slank, maar ook degelijk Duits en een stuk stijlvoller dan ik had verwacht – ze is precies wat ik zocht.
Mijn Happy staat nog in de berging. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om hem weg te doen.





